
Het celmembraan is opgebouwd uit een dubbele laag van
.
De staart is
en de kop is
van aard.
Door het celmembraan kunnen stoffen getransporteerd worden.
Wanneer dit transport energie kost spreekt men van
. Dit wordt in de afbeelding aangegeven met
.
Actief transport gaat altijd via transporteiwitten in het celmembraan. Een stof wordt altijd verplaatst van een
.
Wanneer dit transport geen energie kost spreekt men van
. Dit wordt in de afbeelding aangegeven met
.
Een stof wordt altijd verplaatst van een
.
Dit transport kan op twee manieren plaats vinden in het celmembraan.
C) Diffusie van een stof
. Dit gebeurt met vetachtige stoffen en
.
D) Diffusie
. Deze kanalen verbruiken
ATP.
Dit noemt men
.
Via dergelijke kanalen kunnen bijvoorbeeld glucose,
en ook water vervoerd worden. Dit transport van water noemt men
.