In een klein plaatsje in Oost-Nederland woont boer Benny Vennegoor of Hesselink. Hij heeft een bloeiend kleinveebedrijf. Zijn kernactiviteit bestaat uit het houden van geiten voor de productie van geitenkaas en geitenvlees. De vrouwtjes leveren melk voor de kaas, de mannetjes (bokken) vlees voor de slager. De meeste geiten en bokken zijn wit, maar hij heeft ook enkele zwarte geiten en bokken.
Benny doet er alles aan om zijn bedrijf lonend te maken en dat kost zoveel tijd dat hij nog steeds vrijgezel is. Zijn geiten en bokken niet, die kunnen en mogen at random met elkaar paren. Op een gegeven moment leest Benny in het blad van de Nederlandse Geiten Fokvereniging dat
1.zwarte geiten minder melk leveren dan witte geiten
2.de zwarte vacht bij geiten en bokken berust op één autosomaal recessief allel
Hij gaat direct na hoe de situatie op zijn bedrijf is en dat levert het volgende resultaat op:

Bereken de frequentie van het recessieve allel in deze populatie.