EivlekkenBij bepaalde vissoorten, zoals de zebracichlide Pseudotropheus zebra, ontwikkelen de eieren zich in de bek van het vrouwtje. Tijdens de paringsdans neemt het vrouwtje de door haar geproduceerde eieren in haar bek. Vervolgens spreidt het mannetje zijn anale vin en produceert sperma. Op zijn anale vin bevindt zich een aantal opvallende geel-oranje vlekken die een sterke gelijkenis vertonen met de eieren. Dit is te zien in afbeelding 9. Het vrouwtje hapt naar de eivlekken op de vin waarbij een deel van het geproduceerde sperma wordt opgehapt. Door dit gedrag is de kans op bevruchting van de eieren groot.

Sommige biologen menen dat deze eivlekken in de loop van de evolutie ontstaan zijn uit kleine parelvormige vlekjes die bij veel soorten cichliden voorkomen.
Andere onderzoekers trekken deze veronderstelde functie van de eivlekken in twijfel. Zij
staan sceptisch tegenover de gesuggereerde evolutionaire ontwikkeling vanwege het
ontbreken van een precieze overeenkomst in kleur, vorm en afmeting van eieren en
eivlekken. Deze tegenstanders zijn van mening dat de vlekken op de anale vin vooral een
herkenningsfunctie hebben: het soort-specifieke vlekkenpatroon stelt volgens hen een
vrouwtje in staat een partner van de eigen soort te herkennen.
Verschillende onderzoeken naar de betekenis van de eivlekken hebben onder meer de
volgende resultaten opgeleverd:
1 soorten waarvan de eivlekken duidelijk groter en opvallender zijn dan de eieren, baltsen
merendeels in dieper water waar het zicht geringer is;
2 bij soorten met eivlekken die weinig gelijkenis vertonen met de eieren, hapt het vrouwtje
tijdens de balts in dezelfde mate naar de anale vin als bij soorten met goed gelijkende
eivlekken;
3 het verwijderen van de eivlekken van de anale vin heeft geen invloed op de mate waarin
het vrouwtje tijdens de balts naar de anale vin hapt.
Welk van de genoemde onderzoeksresultaten ondersteunt of welke ondersteunen de mening
dat de vlekken op de anale vin vooral een soortspecifieke herkenningsfunctie hebben?