4 DNA
           
Info
Bestanden
Links
Oefenen
PC-les
 
         

Begrippenlijst "DNA"

 
adenine
Stikstofbase die altijd tegenover thymine ligt in DNA
aminozuur
Bouwsteen van eiwitten
biotechnologie
Technieken in de biologie waarbij organismen worden gebruikt om producten te vervaardigen voor de mens
callus
Ongedifferentieerd weefsel dat ontstaat als bij weefselkweek cellen zich gaan delen
carcinogeen
Kankerverwekkend
celcyclus
Opeenvolging van fasen in een zich delende cel. Deze celcyclus bestaat uit de mitose en de interfase
celfusie(techniek)
Techniek waarbij  twee of meer cellen versmelten tot een geheel.
centromeer
Plaats waar twee chromatiden aan elkaar vast zitten
chromatide
Eén van de twee helften van een chromosoom.  Deze zijn via een centromeer met elkaar verbonden
chromosoom
Bestaat uit één lang DNA-molecuul, dat opgerold ligt rond vele eiwitmoleculen. Het geheel van DNA- en eiwitmoleculen is spiraalsgewijs opgevouwen.
cytosine
Stikstofbase die altijd tegenover guanine ligt in DNA
desoxyribose
Bestandsdeel van DNA (nucleotide), een suikergroep
diploïd
De cel bevat twee sets van chromosomen. Elk setje chromosomen komt van één ouder. (=2n)
DNA
Desoxyribonucleinezuur
DNA-fingerprinting
Techniek in de biotechnologie. Ieder persoon heeft een eigen, uniek DNA-patroon. Het kan een rol spelen bij de bewijsvoering tegen personen die van misdrijven worden verdacht.
DNA-replicatie
Van een DNA-molecuul wordt een nauwkeurige kopie gemaakt .
echoscoop
Vorm van prenatale diagnostiek, waarbij met hoogfrequente trillingen het embryo zichtbaar wordt gemaakt op beeld
enten
Methode van  ongeslachtelijke voortplanting, waarbij een tak wordt vastgezet op een afgeknipte onderstam
enzym
Eiwitten die chemische processen versnellen
genetische modificatie
Techniek in de biotechnologie. Bij een organisme is kunstmatig DNA van een ander organisme ingebracht
guanine
Stikstofbase die altijd tegenover cytosine ligt in DNA
inteelt
Kruising van nauw verwanten. Dit leidt tot het homozygoot worden van (ongunstige) eigenschappen.
interfase
Periode tussen twee mitoses in, waarbij het DNA gerepliceerd wordt
kanker
Ziekte waarbij ongeremde celdeling optreedt, doordat de regelmechanismen in de cel verstoord zijn. Kanker treedt in de regel pas op nadat er meerdere regelgenen verstoord zijn
kloon
Alle individuen die door ongeslachtelijke voortplanting uit één ouder zijn ontstaan. Individuen uit een kloon hebben hetzelfde genotype, niet hetzelfde fenotype.
knollen
Vedrikte stengels die veel reservevoedsel bevatten
kruisbestuiving
Bestuiving waarbij het stuifmeel van een bloem van een andere plant van dezelfde soort komt.
meeldraden
Mannelijke voortplantingsorganen van een plant
meiose
Proces waarbij geslachtscellen gevormd worden
metastase
Cellen uit de primaire tumor komen in het bloed of in de lymfe terecht en veroorzaken in andere organen secundaire tumoren.
mitose
Proces waarbij de kern gedeeld wordt
mutatie
Een plotselinge verandering van het genotype / DNA
non-disjunctie
Verschijnsel dat bij de mitose of meiose chromatiden van een chromosoom of homologe paren niet uit elkaar gaan. Hierdoor krijgen de dochtercellen een of meer chromosomen teveel of te weinig.
nucleotide
Bestaat uit een fosfaatgroep, desoxyribose en een stikstofbase
plasmagroei
Toename van de hoeveelheid cytoplasma van een cel
polyploidie
Techniek in de biotechnologie. Behandeling met colchicine, waardoor na mitose geen celdeling optreedt. Hierdoor ontstaan polyploïde cellen (met een veelvoud van het oorspronkelijke aantal chromosomen).
poollichaampje
Tijdens de meiose ontstaan 4 cellen. Drie van deze cellen gaan ten gronde, de poollichaampjes
recombinatie
Het onstaan van nieuwe combinaties van genen wanneer geslachtscellen worden samengevoegd
ribosomen
Bolvormig organel dat een belangrijke rol speelt bij de eiwitsynthese. Ribosomen zijn veelal gelegen op de membranen van het endoplasmatisch reticulum
RNA
Enkelvoudige keten van nucleotiden, die een afschrift is van het DNA. Wordt gebruikt bij de eiwitsynthese.
secundaire tumor
Tumor die onstaat nadat de primaire tumor gaat uitzaaien
stamper
Vrouwelijke voortplantingsorgaan van een plant
stekken
Methode van ongeslachtelijke voortplanting, waarbij je een stuk van een stengel of blad af snijdt, waarna op het snijvlak nieuwe wortels ontwikkelen
stuifmeelbuis
Deze buis groeit in een plant na bestuiving door de stijl naar het zaadbeginsel
thymine
Stikstofbase die altijd tegenover adenine ligt in DNA
transgeen
Een organisme dat genetisch gemodificeerd is
trisomie
Als een chromosomenpaar niet uit twee maar drie chromosomen bestaat
tumor
Groep cellen die zich ongeremd delen
veredeling
Door kruising, selectie en andere methoden gunstige eigenschappen in gewassen combineren
vlokkentest
Vorm van prenatale diagnostiek, waarbij een beetje volkkenweefsel uit de placenta wordt weggehaald
vruchtwaterpunctie
Vorm van prenatale diagnostiek, waarbij via de buikwand  met een naald wat vruchtwater weggezogen wordt
weefselkweek
Techniek waarbij uit een gezonde, goed groeiende plant een stukje weefsel wordt gesneden. Op een voedingsbodem gaat het stukje weefsel vervolgens delen.
wildtype
Fenotype waarbij geen enkele mutatie waarneembaar is
zuivere lijn
Groep organismen die door ongeslachtelijke voortplanting is ontstaan en die homozygoot is voor een of meer (gewenste) eigenschappen