1 Inleiding in de biologie?
           
Info
Bestanden
Links
Oefenen
PC-les
 
         

Begrippenlijst "Inleiding in de biologie"

 
actief transport
transport waarvoor energie nodig is
anthocyaan
rode, blauwe of paarse kleurstof in planten (vacuole)
blancoproef
In een controlegroep wordt dezelfde proef uitgevoerd, maar nu is de te "onderzoeken" invloed afwezig
celmembraan
dun vlies rondom cel bestaande uit twee lagen fosfolipiden
celwand
stevige laag om de cel bestaande uit cellulose, geen onderdeel van de cel
chloroplasten
bladgroenkorrels, hierin vindt fotosynthese plaats
chromoplasten
kleurstofkorrels in planten
chromosomen
dragers van het erfelijke materiaal (DNA) in een cel
cytoplasma
stroperige vloeistof in de cel die bestaat uit water met allerlei opgeloste stoffen
diffusie
verplaatsing van een stof van een hoge concentratie naar een lage concentratie
druk
grootheid om de concentratie van gassen mee aan te geven, meestal weergegeven in de eenheid kilopascal (kPa) 
endoplasmatisch reticulum
ingewikkeld netwerk van dubbele membranen in de cel, dienend als transportkanalen
fosfolipide
bouwsteen van het celmembraan, bevat een hydrofobe staart en hydrofiele kop
fotosynthese
proces in bladgroenkorrels waar uit koolstofdioxide en water, zuurstof en glucose gevormd wordt
generatio spontanea
organismen ontstaan uit levenloze of dode materie
golgi-systeem
organel waarin o.a. eiwitten worden opgeslagen
hydrofiel
waterminnend
hydrofoob
waterafstotend
hypothese
een veronderstelling
intercellulaire ruimte
ruimte gevuld met lucht of water die ligt tussen de celwanden
kernporie
opening in het kernmembraan
leukeplasten
kleurloze korrels in planten, die zich nog kunnen ontwikkelen tot chromoplasten, chloroplasten of zetmeelkorrels
mitochondrium
organel waarin verbranding plaats vindt (vrij maken van energie)
ontwikkeling
het optreden van veranderingen in de bouw en het functioneren van het individu of bepaalde delen ervan
organel
deel van een cel met een bepaalde functie
organenstelsel
groep van samenwerkende organen
organisme
levend wezen
osmose
diffusie van water door een semi-permeabel membraan
osmotische waarde
totale hoeveelheid opgeloste deeltjes in een bepaalde volume-eenheid
passief transport
transport waarvoor geen energie nodig is
plasmolyse
verschijnsel waarbij de cel(membraan) loslaat van de celwand
preparaat
voorwerp dat je onder de microscoop bekijkt
proplastiden
kleine korrels in plantencellen die zich tot plastiden kunnen ontwikkelen
ribosomen
bolletjes in de cel die eiwitten maken
selectief permeabel 
Bepaalde stoffen gaan selectief door het membraan, andere stoffen worden tegen gehouden
semi-permeabel membraan
membraan dat alleen water doorlaat en geen opgeloste stoffen (half-doorlaatbaar)
transportenzymen
eiwitten in het celmembraan die selectief stoffen kunnen transporteren
turgescent
een cel met turgor
turgor
druk van de cel op de celwand
vacuole
blaasje gevuld met vocht in de cel, o.a. voor stevigheid
wandstandig cytoplasma
dunne laag cytoplasma tegen de celwand aan
weefsel
groep cellen met dezelfde vorm en functie