![]() |
6 Voortplanting | Nectar | Begrippenlijst |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() | ||||||
Info |
Bestanden |
Links |
Oefenen |
PC-les |
Tweet | |||||
Abortus |
Ontijdige geboorte, miskraam, spontaan of opgewekt |
Amnion |
Binnenste van de vliezen, die het embryo van reptielen, vogels en zoogdieren omhullen. |
Anticonceptie |
Voorkomen van zwangerschap |
Bevruchtingsmembraan |
Membraan dat de eicel afsluit nadat deze bevrucht is door 1 zaadcel. Hierdoor kunnen andere zaadcellen niet meer binnen komen. |
Chorion |
Buitenste vlies om het embryo van reptielen, vogels en zoogdieren. Bij de zoogdieren speelt het chorion een rol bij de vorming van de placenta. |
Diploid |
(=2n) Twee chromosomensets per kern (cel). Elk stel chromosomen komt van één ouder. |
Embryo |
Kiem 1. Jong plantje binnen een zaad 2. Ontwikkelingstadium van een dier binnen een ei of in de baarmoede. |
FSH |
Follikelstimulerend hormoon, hormoon dat door de hypofyse wordt afgescheiden en in de eierstokken o.a. de follikelrijping stimuleert. Zie volgende animatie. |
Foetus |
Foetus of ouder embryo, bij een foetus zijn de organen al aangelegd. |
Follikel |
1. In eierstokken: blaasje waarin de eicel zich ontwikkelt 2 In klieren: blaasje waarin producten worden opgeslagen 3. In huid: haarzakje. |
Gameten |
Geslachtscellen |
Gele lichaam |
Onderdeel van een eierstok, dat gevormd wordt uit de follikel na eisprong. Geel lichaam zorgt voor progesteronproductie. |
Haploid |
Met een enkel (n) stel chromosomen per kern. Geslachtscellen(gameten) zijn voorbeelden van haploide cellen |
HCG |
Humaan Chorion Gonadotropine Hormoon, een hormoon dat door het kiemblaasje (blastocyste) gevormd wordt en dezelfde werking heeft als LH. Onder invloed van HCG wordt de productie van oestrogeen en progesteron voortgezet. |
Hechtsteel |
De verbinding tussen de trofoblast en kiemschijf, waardoor het transport van stoffen plaats vindt. |
Herpes |
Een SOA. Bestaat uit een DNA virus. Veroorzaakt pijnlijke plekken en zweertjes op de geslachtsorganen. Kan lang in je lichaam aanwezig zijn, zonder dat je het merkt. |
HIV |
Human Immunodeficiency Virus, virus dat de ziekte aids veroorzaakt. |
Hypofyse |
Hypofyse of hersenaanhangsel is een hormoonklier onder aan de hersenen, die in verbinding staat met de hypothalamus en o.a. stimulerende hormonen afscheidt. Stimulerende hormonen stimuleren de werking van andere hormoonklieren. |
Hypothalamus |
Gedeelte van de tussenhersenen. De hypothalamus staat in verbinding met de hypofyse en regelt door de afscheiding van neurohormonen de werking van de hypofyse. |
IVF |
In Vitro Fertilisatie ; zie kunstmatige inseminatie |
Kiemschijf |
Laag cellen in de zygote die de embryo gaan vormen. |
Klievingen |
Celdelingen waarbij geen celgroei optreedt. |
Kunstmatige inseminatie |
Kunstmatig inbrengen van sperma in het vrouwelijk voortplantingsstelsel. |
LH |
LH of Luteïniserend Hormoon is een hormoon, dat afgescheiden wordt door de voorkwab van de hypofyse en invloed heeft op de interstitiele cellen in de testes en de follikel in een eierstok. Zie volgende animatie. |
Meiose |
Meiose of reductiedeling is een combinatie van opeenvolgende kerndelingen, waardoor haploïde kernen ontstaan uit een diploïde kern. Meiose omvat meiose I en meiose II. Zie ook een van de vele animaties op deze pagina of deze engelse animatie. |
Menstruatie |
Periodieke (maandelijkse) uterusbloeding bij de meeste primaten. Zie animatie Bioplek of de volgende animaties. |
Morning afterpil |
Pillenkuur die je kunt gebruiken nadat je onbeschermde sex hebt gehad. Als dit binnen 48 uur na de daad gebeurd wordt de eventuele bevruchting voorkomen. |
Navelstreng |
Streng die het embryo van zoogdieren verbindt met de placenta. De navelstreng bevat twee slagaders en een ader. |
Ocytoxine |
Hormoon dat de samentrekking van spieren van de baarmoederwand verzoorzaken. |
Oestrogeen |
Door de eierstok afgescheiden hormoon, dat ontwikkeling van de geslachtsorganen, de vrouwelijke geslachtskenmerken en de groei van het baarmoederslijmvlies stimuleert en tevens de afscheiding van FSH door de hypofyse remt. Zie volgende animatie. |
Oocyt |
Ontwikkelingstadium van een eicel. Oöcyten van de 1 e orde zijn oöcyten voor de afloop van de eerste meiotische deling, oöcyten van de tweede orde zijn oöcyten na afloop van de eerste meiotische deling. |
Ovarium |
Ovarium of eierstok, is het orgaan waar de ontwikkeling van eicellen plaatsvindt en waar de vrouwelijke geslachtshormonen gevormd worden. |
Ovulatie |
Proces waarbij de eicel uit de rijpe follikel barst nadat deze veel vocht heeft opgenomen. (= eisprong) |
Placenta |
Placenta of Moederkoek is een orgaan dat is ontstaan uit de buitenkant van het embryoblaasje en het baarmoederslijmvlies, dat zorgt voor uitwisseling van stoffen tussen het bloed van de moeder en dat van het kind. |
Polyploidie |
Drie of meer malen het haploïde aantal chromosomen bezittend. Triploïde individuen of cellen bezitten 3 maal een chromosomenset en tetraploïde individuen vier maal een haploïd stel chromosomen. |
Progesteron |
Hormoon geproduceerd door het gele lichaam in een eierstok of door de placenta. Zie volgende animatie. |
Prolactine |
Hormoon afgescheiden door de voorkwab van de hypofyse. Prolactine stimuleert de melkafscheiding na de bevalling. |
Prostaglandinen |
Hormonen van de moeder, die zorgen dat er o.a. spiersamentrekking van de baarmoederwand plaats vindt. |
Retrovirus |
Een virus dat RNA bevat en dat in de gastheer het RNA omzet in DNA door middel van reverse transcriptase. |
Reversetranscriptase |
Enzym (van een virus), dat er voor zorgt dat in de gastheercel een DNA-keten wordt gevormd langs het virus-RNA-molecuul. |
Seropositief |
Met het HIV-virus besmet |
Trofoblast |
De buitenste laag van de blastula bij zoogdieren. De trofoblast zorgt voor innesteling in het baarmoederslijmvlies. |
Uterus |
Baarmoeder |
Villi |
Uitstulpingen in de trofoblast, die tussen de cellen van het baarmoederslijmvlies ingroeien |
Vruchtvliezen |
Vlies om het embryo (de foetus). |
Zygote |
Bevruchte eicel, die ontstaat door versmelting van twee gameten. |