![]() |
4 Groei | Nectar | Begrippenlijst |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() |
![]() | ||||||
Info |
Bestanden |
Links |
Oefenen |
PC-les |
Tweet | |||||
Anafase |
Stadium van de mitose: verdeling van de chromatiden , waarbij van elk chromosoom de ene chromatide naar de ene en de andere chromatide naar de andere pool gaat. |
Apoptose |
Celdood |
Carcinogene stoffen |
kankerverwekkende stoffen |
Celcylcus |
Opeenvolging van fasen in een zich delende cel. De celcyclus bestaat uit de mitose en de interfase. In de interfase zijn te onderscheiden de G1-, S- en G2-fase. Animatie celcyclus. |
Celdeterminatie |
Voordat een cel gedifferentieerd is staat al vast wat voor cel de cel toe bestemd is. |
Celdifferentiatie |
(Specialisatie) Proces, waarbij cellen steeds meer gaan verschillen in vorm en functie. Dit proces treedt op bij de ontwikkeling van een meercellig individu. |
Centromeer |
Deel van een chromosoom, waar de twee zusterchromatiden aan elkaar verbonden zijn. Bij de kerndeling hetcht aan het centromeer de spoeldraad vast |
Chemotherapie |
Chemotherapie is de behandeling van kanker met medicijnen die de celdeling remmen: cytostatica. Cytostatica grijpen in op het ontwikkelingsproces van kankercellen en remmen zo de celdeling. Zie website chemotherapie |
Chromatide |
Eén van de twee helften van een chromosoom, die bij het centromeer aan elkaar verbonden zijn. In de vroegste stadia van de celdeling zijn de chromatiden als overlangse helften van een chromosoom te zien. |
Chromosoom |
Structuur, die in lineaire volgorde genen bevat. Chromosomen bestaan uit DNA en eiwitten en zijn te zien tijdens mitose en meiose. |
DNA-synthese |
Zie S-fase celcyclus. |
Duplicatie |
Verdubbeling van het DNA in de S-fase van de celcyclus. |
Epifysairschijf |
Groeischijf: Uit kraakbeen bestaande groeizone in een pijpbeen. |
G0 |
Rustfase waar cellen uit de celcyclus in kunne duiken. Zie Animatie celcyclus. |
G1-fase |
Onderdeel van de interfase in de celcyclus. Periode tussen de mitose en DNA-replicatie. In deze fase vindt plasmagroei plaats. De chromosomen zijn draadvormig en niet zichtbaar. Vooral de G1-fase bepaalt de duur van een celcyclus. In weefsel waarin veel celdelingen plaatsvinden, duurt de G1-fase kort. Animatie celcyclus. |
G2-fase |
Animatie celcyclus. Onderdeel van de interfase in de celcyclus. Periode tussen DNA-replicatie en mitose
|
Geslachtshormonen |
Hormonen die zorgen voor de ontwikkeling van primaire en secundaire geslachtskenmerken. In de pubertijd zijn ze ook verantwoordelijk voor de groeispurt. |
Goedaardig |
Tumor die is ingekapseld door een laagje bindweefsel |
Groeihormoon (GH) |
Hormoon dat de groei bevordert, door de lengtegroei van de botten te stimuleren. Het groeihormoon wordt afgescheiden door de hypofyse. |
Groeifactoren |
Kleine eiwitmoleculen die cellen stimuleren (of verhinderen) te delen. |
Groeischijf |
Uit kraakbeen bestaande groeizone in een pijpbeen. |
Groeispurt |
Periode in de pubertijd, waarin een puber hard groeit. Bij meisjes is deze periode eerder dan bij jongens. |
Inductie |
Invloed die cellen kunnen uitoefenen op de ontwikkeling van andere cellen. Dit gebeurt door middel van inducerende stoffen en speelt een grote rol bij de ontwikkeling van weefsels. |
Kanker |
Ziekte waarbij ongeremde celdeling optreedt, doordat de regelmechanismen in de cel verstoord zijn. Kanker treedt in de regel pas op nadat er meerdere regelgenen verstoord zijn. Wikipedia Kanker |
Kwaadaardig |
Tumorcellen die zich kunnen losmaken van hun buurcellen. Zij kunnen vervolgens via het bloed of lymfe naar andere lichaamsdelen verplaatsen en nieuwe gezwellen ontwikkelen. |
Mastergenen |
De stukken DNA met de informatie van regeleiwitten die celdifferentiatie en celdeterminatie aansturen. |
Metafase |
Stadium van de kerndeling tijdens mitose en meiose. In het metafasestadium liggen de chromosomen in het equatorvlak. |
Metastase |
Uitzaaiing bij een tumor: Cellen uit de primaire tumor komen in het bloed of in de lymfe terecht en veroorzaken in andere organen secundaire tumoren. |
M-fase |
Onderdeel van de celcyclus. Periode van mitose en celdeling. Hierbij worden nieuwe cellen gevormd voor groei, vervanging en herstel. Animatie celcyclus. |
Mitose |
Kerndeling waardoor twee kernen ontstaan die hetzelfde genotype hebben als de oorspronkelijke kern . Zie animatie. |
Oncogenen |
Een ontspoorde proto-oncogen (Groep genen die de celdeling stimuleren) |
Profase |
Eerste fase van de celdeling (mitose of meiose), waarbij de chromosomen zich spiraliseren en zichtbaar worden. |
Proto-oncogenen |
Groep genen die de celdeling stimuleren |
Regelgenen |
Genen die een stimulerende of remmende werking hebben |
Replicatie |
Verdubbeling van het DNA tijdens de S-fase van de interfase |
(tumor)-repressorgenen |
Groep genen die de celdeling remmen |
S-fase |
Zie animatie celcyclus . Synthese fase, waarin DNA wordt gedupliceerd. |
Telofase |
Laatste fase in de kerndeling, waarbij de chromosomen weer despiraliseren. |
Telomeer |
Laatste stukje van elke DNA-keten. Bij elke deling wordt dit stuk korter. De telomeer bepaald hoevaak een cel kan delen in een leven. |
Telemerase |
Enzym dat een telomeer langer kan maken, zodat deze dna-keten vaker kan delen. |
Tumor |
Kwaadaardig gezwel. |
Veroudering |
Achteruitgang van de werking van bepaalde organen in een organisme. |